02. Wat

02. Wat

Wat maak of doe je?

Wat zijn je producten of diensten?

Doel stap 2

In deze stap formuleer je wat je producten en of diensten zijn die je maakt en kunt aanbieden aan iemand anders. Om te bedenken welke dat zijn is het handig om je drive nog eens te bekijken. Vaak is het namelijk zo dat je producten en diensten ontstaan vanuit je drive.

Inleiding

Jouw drive en wat je maakt zien we als vertrekpunten van jouw praktijk. Om je aanbod krachtig en scherp neer te zetten en aan te bieden gaan we in deze stap aan de slag met een aantal aspecten die aan de basis liggen van jouw werk zoals jouw creatieve kracht, het creatieve proces, welk probleem je oplost of aan de kaak stelt (en voor wie dat dan is) en wat jou uniek maakt.

Creatieve kracht

Creatieve kracht bestaat uit 3 vermogens die hieronder kort worden toegelicht. Als 1 van deze 3 vermogens ontbreekt, dan is het geen goed creatief product.

1. Verbeeldingskracht
Dingen kunnen bedenken die er nog niet zijn. Dit wordt vaak gedreven door een bepaald verlangen, iets willen hebben of bereiken. Dit kun je trainen of verbeteren door te oefenen op het vinden van andere, nieuwe invalshoeken.

2. Scheppingskracht
Dat wat je voor je ziet ook daadwerkelijk kunnen scheppen, creëren, maken, laten zien. Hiervoor zijn vaak (ambachtelijke) skills nodig die veel oefening vergen.

3. Zeggingskracht
Dit sluit ook aan op drive of purpose: hetgeen een kunstenaar maakt moet iets te zeggen hebben, iets betekenen en dat aan anderen – impliciet of expliciet – duidelijk kunnen maken. Als een werk niemand iets zegt, zal je er ook geen publiek voor vinden.

De bedenker hiervan is auteur, onderwijskundige en consultant Lodewijk Ouwens.

 

 

Het creatieve proces

Het creatieve proces wordt hier beschreven omdat bij veel kunstacademies dit proces niet expliciet gemaakt wordt. Het kan je echter helpen om jouw proces duidelijk te maken aan je opdrachtgever. Die is hier vaak nl. niet bekend mee en krijgt zo meer inzicht in het proces dat je met de klant gaat doorlopen. Verder heeft het als voordeel dat je op je eigen proces kunt reflecteren en daardoor beter kunt worden.

Het creatieve proces kent verschillende verschijningsvormen en kan per persoon verschillen. Wij beschrijven hier een zeer gangbare die – soms in andere bewoordingen – op verschillende plaatsten terugkomt.

 

Fase 0: Kader/vraagstuk

Wat is het vraagstuk waaraan gewerkt wordt? Wat is de vraag achter de vraag?

Belangrijk om dit helder te krijgen met je opdrachtgever (of voor jezelf).

 

Fase 1: Verzamelen van ideeën (research) – divergeren

 

Fase 2: Ordenen en selecteren – convergeren

 

Fase 3: Er ontstaat een (of meerdere) concepten. Je kunt je tijdens het convergeren steeds 2 vragen stellen:

– wat maakt het zo goed dat het een succes kan worden?

– wat maakt het zwak dat het kan mislukken?

 

Fase 4: Vormgeven

 

Fase 5: Presenteren

 

Fase 6: Reflecteren (+ eventueel verankeren)

Het creatieve proces kan soms in hele korte loops plaatsvinden; in sommige gevallen kunnen het hele langgerekte trajecten zijn. Ook tussen de fases kan er teruggegrepen worden naar eerdere fases.  Dus ook hier verloopt het eerst lineair en vervolgens iteratief.

Als je er meer over wilt weten, google dan op “Ideo creative process”.

Welk probleem los je op?

In deze stap is het belangrijk om goed te kunnen verwoorden welk probleem je oplost voor je klant, organisatie of maatschappij. Dit geldt vooral voor ontwerpers; kunstenaars komen er nog wel eens mee weg om niet een oplossing te bieden maar iets aan de kaak te stellen zonder direct een oplossing te bieden. Of iets compleet nieuws te brengen waar aanvankelijk geen probleem voor bekend was.

Maar voor creatief ondernemers die in een commerciële omgeving actief zijn, is het belangrijk om dit scherp te krijgen. Er zijn ondernemers die vinden dat als je geen oplossing te bieden hebt, je uiteindelijk geen business hebt.

In stap 2 van het werkboek wordt hier concreter op ingegaan.

 

Wat maakt jou en jouw product of dienst uniek?

Dit behoeft weinig toelichting. Zeker in een creatief vak is het essentieel om uniek te zijn en dien je duidelijk te kunnen maken wat jou uniek maakt. Dat kan wel eens lastig zijn voor bijv. illustratoren en fotografen, want hoe leg je uit wat je maakt en waarom ze juist jou moeten bellen en niet jouw buurman die ook illustrator is? Het unieke kan zitten in jouw stijl, de manier waarop je werkt (proces), jouw kennis van de klant of de markt, jouw unieke inzichten etc. Probeer dit zo expliciet mogelijk te maken zonder angst te hebben bepaalde zaken uit te sluiten. Er zijn teveel creatieven die ‘alles voor iedereen’ willen bieden, waardoor je onvoldoende een eigen identiteit creëert en je een van de velen wordt. Je moet duidelijk kunnen maken waarom een opdrachtgever juist jou moet hebben en niet een ander.

Als je begint met je drive, dan ontstaat al ‘iets eigens’. Verder creëer die uniciteit door de 6 stappen te doorlopen en keuzes te maken in waar je hart ligt, waar je goed in bent en waar kansen liggen.

 

Minimum Viable Product (MVP)

Heb je een idee voor een product, probeer dan eerst met een minimale versie af te tasten hoe er op wordt gereageerd. Omdat je vaak nog helemaal niet weet wat precies je markt gaat zijn en wat mensen het meest waardevol vinden. In het begin ben je flexibel en kun je snel aanpassingen doen. Dus voordat je geld gaat investeren in productie en publiciteit is het aan te raden het product in de markt te testen. Deze aanpak wordt omschreven in ‘The Lean Startup’.

Dit betekent dat je begint met een ‘minimum viable product’. Dit is een product dat misschien nog niet helemaal perfect is, maar je wel leert of er  behoefte is. Door de juiste dingen te meten en te peilen hoe mensen reageren, kun je snel je product aanpassen en opnieuw testen. Dit gaat niet alleen om de eigenschappen van het product, maar ook om uit te vinden of en hoeveel mensen willen betalen; in welke vorm ze dat willen, oftewel wat het verdienmodel is. Dit wordt de ‘Build-Measure-Learn’ feedback loop genoemd.

Deze aanpak gaat veelal niet op voor het maken van autonome kunst.

 

Fouten

Maak fouten zo vroeg mogelijk in het proces. Hoe sneller je leert dat je fout zit, hoe minder tijd en geld verloren gaat. Dus veel uitproberen,  je neus stoten en in stapjes steeds beter worden.

Aan de slag

Je kunt nu aan de slag met stap 2 in het werkboek. Dat begint met het samenstellen van je portfolio. Als je die klaar hebt, vind je hieronder nog een checklist.

Checklist portfolio samenstellen

Hieronder een checklist voor het samenstellen van je portfolio:

Stijl

De stijl moet consistent zijn (tenzij je als allround designer aan de slag wilt, maar zelfs dan heb je wel een rode draad nodig).

Verhaal

Wat wil je vertellen; hoe kan mijn werk dit verhaal ondersteunen? Werk dat dit verhaal niet ondersteunt kun je eruit laten.

Boodschap

Wat moet blijven hangen bij publiek; wat wil ik dat ze van me herinneren (in 1 woord of korte zin) als ik de deur achter me dicht trek?

Opvallen

Zorg dat je een unieke ervaring achter laat.

Ritme

Zorg dat er ritme in je portfolio zit. Dat begint met een sterke opener, gaat dan naar een interessante kern en je eindigt met een sterke afsluiter (trap niet in de valkuil om het minste werk als laatste te doen; dit blijft nl. hangen).

Kwaliteit

Neem alleen goed werk op; bij twijfel, laat het eruit (bij matig werk gaat je opdrachtgever twijfelen).

Recent

Zorg dat het werk actueel is; ouder werk alleen als het bijdraagt aan het verhaal (bijv. omdat het heeft bijgedragen aan je ontwikkeling).

Dynamiek en variëteit

Speel met verschillende media (laat bijvoorbeeld in een filmpje zien hoe je werk tot stand komt).

Persoonlijk

Bekijk per keer of je portfolio aansluit bij degene die je gaat spreken. Je hebt een basisportfolio, maar per keer kun je die aanpassen op je publiek. Een portfolio is nooit af.

Verzorgd

Zorg dat je laptop schoon is, je map helemaal netjes en schoon is (geen beschadigingen) en dat je uiterlijk overeenkomt met jouw positionering.

Contact

Zorg dat mensen eenvoudig contact met je op kunnen nemen en makkelijk kunnen vinden. Laat iets achter.

Afsluitend

Voor wat je maakt moet je een markt of publiek vinden. In de volgende stappen krijg je meer inzicht in de verschillende markten en hoe je die kunt benaderen.  Het is een iteratief proces. Je hebt dus best kans dat je er in stap 3 (voor wie) achter komt, dat je je dienst of product moet aanpassen aan een specifieke markt. Of dat blijkt dat er geen verdienmodel is voor het product dat je hebt omdat je geen probleem oplost. Je zal het product dan toch dusdanig moeten aanpassen of een plaats moeten geven, dat er uiteindelijk wel een verdienmodel uit ontstaat.